VORMMACHINE
De
vormmachine maakt biscuitvormen uit kleine stukjes deeg,
welke direct in de trechter van de machine worden aangevoerd.
De machine is ontwikkeld voor een vormwals met een diameter
van 205 of 258 mm en uitgevoerd met twee of drie
onafhankelijke variabele motoren.
De
geriffelde drukrol trekt het deeg uit de trechter en drukt
het in de mallen van de vormwals. Overtollig deeg wordt
verwijderd doordat een afstrijkmes tegen het oppervlak van
de vormwals wordt gedrukt. Het overtollig deeg kleeft aan de
drukrol en wordt teruggevoerd in de trechter.
Het
vormdoek wordt tussen de vormwals en een derde rubber
drukwals gedrukt. De deeg stukjes kleven vervolgens aan het
vormdoek en worden zodoende uit de vorm van de vormwals
gelost.
Aan het
eind van het vormdoek bevindt zich een mes-overgang,
waardoor de stukjes deeg worden gescheiden van het vormdoek,
waarna het wordt doorgevoerd op een ander doek of op de
ovenband.
Het
goed functioneren van de vormmachine wordt bepaald door een
goede afstelling van de opening tussen de druk- en vormwals,
de positie van het mes, de druk tussen de vormwals en de
drukrol en het snelheidsverschil tussen de vormwals en het
vormdoek.
|